logo adda ruimtelijk denken klein

Stadsbouwmeester Enschede
Stadsbouwmeester Enschede

Van mei 2013 tot eind 2020 heeft Rob Hendriks was stadsbouwmeester van Enschede. Gedurende deze periode is in de stad gewerkt aan een ruimtelijk kwaliteitsbeleid waarbij de welstandstoetsing niet langer pas aan het eind van het planproces plaatsvond, maar er van meet af aan in overleg met initiatiefnemers werd getreden. Met een spreekuur voor de kleine initiatieven en diverse innovatieve regieteam- en supervisieprocessen voor majeure projecten en gebiedsontwikkelingen is hard gewerkt aan de opmaat naar werkwijzen zoals die hopelijk straks onder de Omgevingswet gevolgd zullen worden: samen bouwend aan de stad.

In het interview met Tom Brughuis van Architectuurcentrum Twente blikt Rob kort terug op deze periode in Enschede.

Portret Rob Hendriks

Zes vragen over stad en architectuur voor Rob Hendriks, architect bij DAAD Architecten en 7 jaar stadsbouwmeester van Enschede. In 2021 draagt hij het stadsbouwmeesterschap over aan Jessica Hammarlund Bergmann. Binnenkort verschijnt haar portret.

  1. Wat vind jij de mooiste plek of gebouw in Twente?

    Voor mij is dat de campus van de Universiteit Twente. Ik kwam daar voor het eerst via een vriend die daar aan de AKI studeerde, toen ik zelf in Delft zat. De campus is een mooi voorbeeld van een totaalconcept van landschap en architectuur. De patiowoningen van Herman Haan, die sinds kort Rijksmonument zijn, illustreren dit totaalconcept het best. Deze gaan prachtig op in het landschap en hebben een hoge woonkwaliteit.

    Überhaupt is de UT campus uniek in Nederland, waar universiteiten vaak in de binnenstad gevestigd zijn, of op later ontwikkelde onderwijscampussen. Dat geeft wel een andere sfeer, zoals in Groningen. Ik ben in die stad actief als architect en ik merk dat de studenten daar wel meer deel uitmaken van de samenleving, doordat ze in het centrum en stadswijken veel zichtbaarder zijn. In Enschede zijn de studenten, op hun prachtige campus, helaas minder zichtbaar aanwezig in de stad.

  2. Wat vind jij het belangrijkste aan een gebouw of stad?
    Een gebouw zou zich op een vanzelfsprekende manier moeten verbinden met de context waarin het geplaatst is, eigentijds in expressie, maar herkenbaar voor passanten en gebruikers vanuit de geschiedenis waarvan het onderdeel uitmaakt. Als dat gecombineerd wordt met de kwaliteit van aanpasbaarheid in de tijd en het gebouw uitnodigingen biedt om door de gebruikers toegeëigend te worden, dan bouw je werkelijk duurzame gebouwen. Ik noem dat alles het gebouw als spons.

    De stad kent een andere dynamiek, is continu in transformatie. De afleesbaarheid van de ontstaansgeschiedenis is belangrijk voor de herkenbaarheid en eigenheid van een stad. De complexe gelaagdheid die ontstaat wanneer bij elke nieuwe ontwikkeling wordt voortgeborduurd op de historische structuren levert een boeiende en krachtige stad op.

    Een voorbeeld van een gebouw van Rob Hendriks, dat continue meebeweegt met de vraag, is te zien in dit filmpje: https://www.youtube.com/watch?v=LXQ4IpxOlWI

  3. Wanneer is je passie voor ruimtelijke vormgeving begonnen?
    Misschien was het al op jonge leeftijd. Ik maakte namelijk toen ik zes was al een werkstuk over architecten, maar heb er nooit bewust iets mee gedaan. Uit een test bleek overigens wel dat ik goed ruimtelijk inzicht heb. Pas toen ik studeerde leerde ik van docent Dieter Besch de dimensies van het ontwerpproces kennen; hoe kom je samen met je opdrachtgever/gebruiker tot een ontwerp. Die benadering gaat in tegen het traditionele beeld van een architect die een creatie schept. Op dat moment wist ik dat ik mijn roeping gevonden had.

  4. Wie is je favoriete architect?
    Dat is zonder twijfel Lucien Kroll. Ik heb als beginnend architect voor zijn bureau gewerkt en zijn participatieve benadering is uniek te noemen. Zijn gebouwen zijn vaak atypisch omdat hij het proces om samen met toekomstige gebruikers tot een ontwerp te komen, centraal stelt. In Enschede zie je deze ontwerphouding terug in Prismare, van architect Peter Hübner.

  5. Wat is de mooiste of grappigste uitspraak die je ooit over architectuur hoorde?
    Ook hier neem ik een voorbeeld van Kroll. Hij kreeg de opdracht in een ville nouvelle bij Parijs. Hij startte een participatieproces met alle 200 bewoners van de nieuwe wijk. Iedereen moest kunnen aangeven hoe hij wilde wonen. Bijzonder daarbij was, dat als tussentijds een bewoner vertrok de nieuwe bewoner moest voortborduren op hetgeen met de vorige bewoner was bereikt. Het leidde tot de bouw van een rijk en complex buurtje met een ontstaansgeschiedenis als die van een Frans dorp. Zeer afwijkend voor het Frankrijk in die tijd met de centrale stadsplanning. De fotograaf voor een Japans architectuurblad, dat na de bouw over het project wilde schrijven, belde naar het architectenbureau omdat hij het plangebied niet konden vinden. Het bleek dat hij er middenin stond.

    Zo’n participatieve aanpak hebben we in Enschede met Marijke van Hees als wethouder ook aangezwengeld. In de Haverstraatpassage was er een uitdaging om tot een plan voor gevelwandverbetering te komen, maar dat schoot niet op omdat iedereen naar de gemeente keek om iets te initiëren. Marijke heeft de bal toen bij de ondernemers zelf neergelegd en ze uitgedaagd na te denken over wat voor straat ze willen zijn en wat ze daar zelf aan wilden doen. Uiteindelijk heeft dat geleid tot een mooi plan en vele gevelverbeteringen.

  6. Wat zie je als de grootste ruimtelijke uitdaging van de komende 10 jaar?
    Een van de belangrijkste kwesties de komende jaren zal zijn hoe we, ook in de stad, een antwoord kunnen geven op de klimaatverandering. Voor gebouwen is de energietransitie daarbij van groot belang, maar het is niet een probleem dat sectoraal is op te lossen. In het noorden, waar ik woon, zijn we inmiddels gewend adaptief te zijn bij veranderende omstandigheden door de aardbevingen en bevolkingskrimp. De ontwerper kan bij dit soort complexe vraagstukken behulpzaam zijn door met beelden integraal perspectieven zichtbaar te maken aan beleidsmakers of de politiek.

 

 

 

  • Gerelateerd project:
    Woon-/werkhuis te Groningen
    Woon-/werkhuis te Groningen
    Begin 1997 betrokken Wouter Hoogland en Hannah Versteegh DAAD Architecten bij hun ‘bouwloods’ in Groningen. Zij wilden het stuk grond dat zij hadden verworven in het centrum van de stad benutten o...
    Op zoek naar een nieuwe Groninger stadsbouwmeester
    Op zoek naar een nieuwe Groninger stadsbouwmeester
    Interview door Cris Zwart (GRAS) Groningen krijgt in 2021 een nieuwe stadsbouwmeester. Wie moet de opvolger van Jeroen de Willigen worden? En wat worden zijn of haar belangrijkste opgaven? GRAS vraag...